Het aardewerk dat wij inkopen komt uit diverse landen waar keramiek nog op een traditionele manier wordt gemaakt. Wij bezoeken authentieke werkplaatsen in onder andere Marokko, Duitsland en Roemenië. Maar ook in Nederland komen we nog veel verrassende pottenbakkers tegen.

Marokko

In heel Marokko wordt keramiek vervaardigd die kenmerkend is voor een streek, stam of stad. Het aardewerk uit de stad is meestal een aangelegenheid van mannen. Het wordt gedraaid op een draaischijf en rijk gedecoreerd met geometrische motieven. Op het platteland zijn het vooral de vrouwen die ermee bezig zijn. Zij bouwen de potten en kruiken op met de hand en de decoratie is eenvoudig. Beide soorten hebben hun heel eigen charme.

Fes

De koningsstad Fes is beroemd om zijn prachtige aardewerk. Heb je eenmaal de kobaltblauwe geometrische motieven op een witte ondergrond gezien, dan herken je het werk voortaan in een oogopslag. Een combinatie van groen, geel en roodbruin wordt ook gebruikt. Door de soort klei en de stooktechniek zijn deze produkten bijzonder hard. De ateliers bevinden zich in het ‘quartier des potiers’, net buiten de stad. Tientallen mannen en jongens zijn er in de weer: zij prepareren de klei, zitten aan de draaischijf te draaien, decoreren de schalen en borden of stoken de ovens. Voor dat laatste gebruiken zij olijvenpitten.

Safi

Wie in Safi de werkplaatsen van de pottenbakkers wil bezoeken, hoeft maar naar de lucht te kijken: recht onder de zwarte rookwolken die uit de brandende ovens ontsnappen ligt de ‘colline des potiers’. In de kleine ateliers op de heuvel zijn de pottenbakkers aan het werk. Als zij draaien is alleen hun bovenlichaam zichtbaar; hun onderlichaam bevindt zich in een gat in de grond. Jongens lopen af en aan met planken vol net gedraaide potterie. Na de biscuitbrand wordt het aardewerk vakkundig beschilderd met zwierige, symmetrische motieven en nog een keer gebakken.

Nederland

Van de grote, Nederlandse pottenbakkerstraditie is weinig meer over. Vroeger waren er tientallen werkplaatsen in Zuid Holland en Friesland. De Porceleyne Fles in Delft en Tichelaar in Makkum zijn overeind gebleven en – terecht – wereldberoemd. Maar toch, wie goed zoekt, vindt hier en daar ook nog een traditioneel werkend bedrijf.

Workum

Het Friese Workum heeft een rijke geschiedenis als pottenbakkersstad. Van de acht bedrijven in 1945 is er maar een overgebleven. Al driehonderd jaar wordt hier van vader op zoon de kennis doorgegeven. De laatste pottenbakker draait uit lokale klei het lichtbruine aardewerk en decoreert het met de karakteristieke wit-gele slibversiering. Als enige ook maakt hij het Friese kerfsnede aardewerk: in de leerharde klei snijdt hij met vaste hand patronen, een heel precies en arbeidsintensief karwei.

Duitsland

In Duitsland wordt op diverse plaatsen nog traditioneel gebruiksaardewerk gemaakt. Iedereen kent wel de Keulse potten, die niet uit Keulen komen, maar uit het gebied rondom Hohr-Grenzhausen. Hier wordt de beroemde Westerwald klei gedolven. De hoge temperatuur tijdens het bakken zorgt voor erg sterke produkten. Karakteristiek is ook het aardewerk dat oorspronkelijk uit Bunzlau komt. De vorm is eenvoudig en krachtig, het leemglazuur egaal bruin of geel.

Mecklenburg

In een atelier in de provincie Mecklenburg maakt men aardewerk volgens een eeuwenoud procédé. Een meester, een gezel en twee leerlingen, prepareren zelf de klei. Ook het glazuur, in het kenmerkende bruin of geel, stellen zij eigenhandig samen. De houtoven wordt verwarmd tot een temperatuur van 1350 graden Celcius en heeft vijf dagen nodig om af te koelen. Het aardewerk is daardoor bijzonder sterk en – leuke bijkomstigheid – wordt in het gebruik steeds mooier.

Roemenië

Roemenië kent een gevarieerde en springlevende pottenbakkerstraditie. Er zijn zo’n dertig centra verspreid over het hele land, waar aardewerk met een heel eigen karakter vandaan komt. Een keer per jaar trekken de pottenbakkers uit een streek naar een drukbezochte regionale markt om hun producten te verkopen. Daar wordt ook de beste pottenbakker gekozen. Bekend zijn Corund en Horezu. In die dorpen heeft bijna iedereen op de een of andere manier met keramiek te maken.

Corund/Korond

Midden in Transsylvanië ligt het dorpje Corund. Hier wonen geen Roemenen, maar Hongaren. Zij schrijven Corund als Korond, spreken Hongaars en hanteren als munteenheid het forint in plaats van de Roemeense lei. Wie door het dorp loopt, ziet ze aan het werk in hun kleine ateliers: de meesterpottenbakkers. Het draaien is vooral het werk van de mannen, het decoreren wordt door de vrouwen gedaan. De kleuren zijn aards: groen, blauw en roodbruin op een witte ondergrond. De motieven bestaan voornamelijk uit bloemen en dieren.

Horezu

Op de heuvel boven Horezu wonen de pottenbakkers. Elke familie heeft er zijn eigen werkplaats, waarin uit de berg klei op het erf prachtige keramiek wordt getoverd. De man draait een bord, kom of pot. De vrouw bedekt de binnenkant van het leerharde product met witte slib. Met een holle koeienhoorn gevuld met gekleurde slib brengt zij lijnen aan en dan trekt ze het karakteristieke marmerpatroon met een stokje in de natte sliblaag. Ook de kinderen helpen mee: zij ontvangen de bezoekers en doen eenvoudige karweitjes. De werkstukken worden op een temperatuur van 900 graden Celcius gebakken in een ronde oven. Tijdens het urenlange bakproces moeten voortdurend stukken hout in de twee openingen onderin de oven worden gestopt.